Ondersteuningsaanbod
Niet elke leerling heeft dezelfde hulp nodig. Daarom werken wij met verschillende ondersteuningsniveaus. De illustratie geeft vijf niveaus aan. In onderstaande tekst wordt de ondersteuning op drie niveaus beschreven. Er staat steeds bij om welke niveaus uit de onderstaande illustratie het gaat. Zo rekenen wij alle ondersteuning die in de klas wordt geboden (niveau 1 en 2) tot de basisondersteuning.
Basisondersteuning (niveau 1 en 2)
Wij zijn een school voor speciaal onderwijs cluster 2. Dit betekent dat de basisondersteuning die wij bieden aan alle leerlingen gericht is op de doelgroep TOS en SH. De meeste leerlingen hebben voldoende aan deze ondersteuning.
In het algemeen gaat basisondersteuning over alle ondersteuning die binnen de normale klassensituatie kan worden geboden, inclusief lichte, kortdurende, remediërende ondersteuning en kleine, haalbare aanpassingen met betrekking tot de lessen, gebruikte materialen, hulpmiddelen en dergelijke.
Ondersteuning gericht op onze doelgroep:
Er is een pedagogisch-didactisch klimaat dat taalontwikkeling stimuleert
- De lesruimte biedt overzicht en structuur en lokt uit tot communiceren;
- Er wordt rustig en duidelijk gesproken;
- Er wordt gezorgd voor voldoende rust, zodat alle leerlingen de les goed kunnen volgen;
- Er wordt veel gebruik gemaakt van visuele ondersteuning;
- Het taalgebruik wordt aangepast aan het begripsniveau van de leerlingen;
- Met name in de onderbouw wordt gebruikgemaakt van Nederlands ondersteund met Gebaren (NmG);
- Medewerkers geven leerlingen de tijd om te communiceren en reageren op de juiste wijze op talige uitingen van leerlingen;
- Medewerkers zorgen voor een veilig klimaat waarin leerlingen hun communicatieve vaardigheden kunnen ontwikkelen en worden gestimuleerd om deze toe te passen;
- Medewerkers zorgen ervoor dat slechthorende leerlingen alle gesprekspartners goed kunnen zien, zodat zij maximaal kunnen participeren in de les;
- Logopedie maakt deel uit van ons lesprogramma.
Specialistisch lees- en taalonderwijs
- De focus binnen ons onderwijs ligt op taal. Ook bij andere vakken is er veel aandacht voor taal;
- Uitbreiding van de woordenschat is een belangrijk doel;
- Het toepassen van taal in diverse situaties krijgt extra aandacht;
- Er zijn specifieke lessen communicatieve vaardigheden (door de leerkracht en de logopedist samen). Aangeleerde vaardigheden worden ook in andere situaties geoefend;
- Binnen het leesonderwijs is er specifieke aandacht voor aspecten die voor onze doelgroep extra uitdagend zijn, zoals fonologie, klank-tekenkoppeling en automatische woordherkenning;
- Bij het begrijpen van teksten is er veel aandacht voor woordbegrip en het begrijpen van verbanden en relaties. De leerkracht doet de stappen hardop denkend voor (modeling);
- De basisondersteuning betreffende het dyslexieprotocol wordt toegepast.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
- Er is een veilig klimaat dat leerlingen de ruimte biedt om te communiceren en te reflecteren op henzelf en hun omgeving;
- Leerlingen worden uitgedaagd om zelf initiatieven te nemen en oplossingen te bedenken;
- Gespreks- en omgangsregels worden expliciet geoefend;
- Er is veel aandacht voor het begrijpen en benoemen van gevoelens en emoties;
- Er worden lessen psycho-educatie TOS aangeboden;
- Medewerkers passen de ondersteuning op het gebied van sociaal-emotionele ontwikkeling en gedrag aan op wat leerlingen nodig hebben.
Technische ondersteuning:
In alle lokalen is Soundfield aanwezig, een geluidsversterkend systeem dat ervoor zorgt dat leerlingen de communicatie beter kunnen volgen. Voor slechthorende leerlingen is solo-apparatuur beschikbaar.
Logopedische ondersteuning:
- Leerlingen uit de groepen 1 t/m 4 krijgen logopedische ondersteuning, individueel of in een klein groepje;
- Logopedisten werken daarnaast ook binnen de groepen, waar zij samen met de leerkracht werken aan de lees/taalontwikkeling (fonologie, MetaTaal-zinsbouw en lessen communicatieve vaardigheden).
Didactiek algemeen:
- Er wordt onderwijs aangeboden op verschillende niveaus: er zijn drie leerroutes (basis, gevorderd en intensief). De leerlijnen zijn aangepast op de leerroutes. De leerroutes werken toe naar verschillende uitstroombestemmingen. Meer uitleg is te vinden in hoofdstuk 6.2.
- Wij werken met het model van directe instructie. Medewerkers passen de instructie, de leertijd en de verwerking aan op wat leerlingen nodig hebben. Hierin kunnen dus verschillen zijn tussen leerlingen (differentiatie).
Taak- en werkgedrag:
- Er is aandacht voor taak- en werkgedrag en medewerkers bieden gerichte ondersteuning op basis van de ontwikkelingsbehoeften van leerlingen.
- Medewerkers doen, als een leerling dit nodig heeft, eenvoudige, doeltreffende aanpassingen binnen de les en/of bieden hulpmiddelen aan om het taak-/werkgedrag van de leerling te bevorderen.
- Medewerkers bieden leerlingen die moeite hebben met prikkelverwerking gerichte aanpassingen wanneer dat nodig is.
Extra ondersteuning (niveau 3)
Indien de ontwikkeling van de leerling binnen een vak- of ontwikkelgebied niet in lijn is met de beoogde streefplanning en leerroute wordt de zorg intern opgeschaald:
- Er vindt een leerlingbespreking plaats met alle betrokkenen.
- Interventies worden uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan een specifieker aanbod/ aanpak nadat de intern begeleider een rekenonderzoek heeft afgenomen of een aanmelding voor leesbegeleiding buiten de klas. De intern begeleider monitort het proces en het resultaat.
- Gedragswetenschappers en logopedisten dragen bij aan de gerichte ondersteuning van de leerling en bieden begeleiding aan de leerkracht in het omgaan met specifieke onderwijsbehoeften.
Intensieve ondersteuning (niveau 4 en 5)
Indien de monitoring uitwijst dat de extra ondersteuning onvoldoende effect heeft, wordt er overgegaan op intensieve ondersteuning:
- In overleg met alle betrokkenen (ouders en school) wordt een multidisciplinair overleg (MDO) gepland, waarbij ook de aanwezige specialisten binnen de school, zoals de logopedist, gedragswetenschapper en maatschappelijk deskundige aansluiten. Indien nodig sluiten ook externe deskundigen aan.
- Waar nodig vindt er een gerichte samenwerking plaats met het samenwerkingsverband SPPOH om passende ondersteuning te bieden.
Als de intensieve ondersteuning ontoereikend blijkt te zijn, wordt in overleg met alle betrokkenen bekeken of het cluster 2 onderwijs voor de leerling nog passend is.